Orkebeer

Orkebeer


Heb je het verhaal van de Orkebeer wel eens gehoord?

Hij woonde in een groot en donker oerwoud

Daar werd hij nooit door iemand gestoord

Hij had er zijn huis van takken gebouwd


Op een dag kwam er een dappere avonturier

Hij was op zoek naar een grote schat in de wildernis

In een rubberboot vaarde hij over de kronkelige rivier

En na drie weken zoeken, rook hij al niet meer zo fris


‘s Nachts sliep de avonturier in zijn boot

En overdag zocht hij heel de jungle door

Na al die tijd kreeg hij last van hongersnood

Maar van de schat ontbrak ieder spoor


Dus de avonturier plukte bessen in het bos

En vulde in de rivier zijn waterkan

Zonder het te weten was hij nu goed de klos

Want dit voedsel is hartstikke giftig voor een man


Die avond lag de avonturier te bibberen en te beven

Hij had hoge koorts en weinig kleur in zijn gezicht

Waarschijnlijk zou hij niet lang meer leven

En eenzaam sterven in het bleke maanlicht


Toen werd hij plotseling opgepakt door een groot beest

Die droeg hem door de nacht

De avonturier bleef onbevreesd

Ook al had hij geen idee waar hij naar toe werd gebracht


De wandeling door de duisternis leek uren te duren

Terwijl de avonturier in de sterke armen lag

Probeerde hij naar het enorme beest te gluren

Maar een grote snuit was het enige wat hij zag


Na een tijdje verloor de avonturier zijn bewustzijn

En werd uiteindelijk wakker in een kleine houten hut

Hij voelde zich prima, weg was zijn hoofdpijn

Hij was energiek, niet langer uitgeput


Voorzichtig hees de avonturier zich omhoog

Hij keek eens even goed om zich heen

Toen zag hij dat iets in de hoek bewoog

En hij wist Ik ben niet alleen


Bent u de meneer die mij hier bracht?

Vroeg de avonturier een beetje bang

Bent u de meneer met die warme vacht?

En zijn uw armen en benen zo ontzettend lang?


Het bleef stil in de hut voor een hele poos

Maar toen klonk er een zacht gegrom

HELP dacht de avonturier Ik ben hulpeloos

Ik had nooit hier moeten komen, wat ben ik stom


Het gegrom klonk steeds feller

De Orkebeer kwam dichterbij

Het hart van de avonturier klopte steeds sneller

Nog eventjes en het is voorbij


Terwijl de avonturier daar stond te trillen

Pakte de Orkebeer hem met zijn klauwen beet

Maar omdat de avonturier wel weg zou willen

Was hij glad en glibberig van het zweet


Als een aal gleed de avonturier door de klauwen heen

En zo snel als hij kon rende hij het hutje uit

De Orkebeer zag hoe de avonturier in de jungle verdween

En hij sloot zijn voordeur met een zacht geluid


De Orkebeer zat neer op de grond

Hij voelde zich eenzaam en verlaten

Hij was zo blij toen hij de avonturier vond

Eindelijk iemand om mee te praten


Maar de man bleek ernstig ziek te zijn

Dus had hij hem naar huis gedragen

Daarna gaf hij hem een speciaal medicijn

En liet hem slapen voor drie dagen


Eindelijk ontwaakte de man

Dus wilde hij hem een omhelzing geven

Maar de man schrok hier zo erg van

Dat hij vluchtte voor zijn leven


De Orkebeer ging liggen als een zielig dier

En legde zijn hoofd neer op een grote doos

Hij had de doos willen geven aan de avonturier

Samen met nog wat andere cadeaus


Spul waar de Orkebeer niets mee doen zal

Hij had het toevallig gevonden in het woud

Parels, diamanten en kristal

En de grote doos die vol zat met goud

Geen opmerkingen:

Een reactie posten